 |


Onze gewrichten vormen, samen met de botten, het kraakbeen en de spieren, het bewegingsapparaat. Samen zorgen ze ervoor dat u kunt tillen, bukken en zelfs lopen. Bij de uiteinden van de botten die samen een gewricht vormen – of beter gezegd ertussen – zit kraakbeen. Het kraakbeen is stevig en tegelijkertijd elastisch weefsel dat de schokken die tijdens het bewegen ontstaan, opvangt. |
|
|
 |
|
 |
| |
Voet
De voet bestaat uit 26 botstukken die nodig zijn om de stabiliteit van het lichaam te garanderen. Het voetskelet wordt veelal in drie stukken verdeeld: de voetwortel, de middenvoetsbeenderen en de botten van de tenen. |
|
 |
|
 |
 |
|
 |
| |
Elleboog
De elleboog is het gewricht tussen boven- en onderarm. Er zijn drie botstukken betrokken bij de elleboogbewegingen: in de onderarm de ellepijp en het spaakbeen plus de bovenarm. De uiteinden van de bovenarm, ellepijp en het kopje van het spaakbeen zijn bekleed met kraakbeen. |
|
 |
|
 |
 |
|
 |
| |
Heup
De dijbeenkop wordt in de heupkom op zijn plaats gehouden door sterke gewrichtsbanden, die het hele gewricht bedekken. De dijbeenkop is bedekt met een gladde laag zacht wit weefsel, het kraakbeen. Ook de heupkom is bedekt met kraakbeen. Dit kraakbeen vormt een soort kussentje in het gewricht, waardoor de beenderen makkelijk en met een minimum aan wrijving over elkaar kunnen bewegen. In een normale heup zijn deze lagen kraakbeen samen ongeveer een halve centimeter dik en vrij gelijkmatig verdeeld. |
|
 |
|
 |
 |
|
 |
| |
Knie
De knie vormt de verbinding tussen het dijbeen en scheenbeen en vormt hiermee een zogenaamd scharniergewricht. Strekking in het kniegewricht kan tot circa 170 graden. Tussen het bovenbeen en onderbeen zit de meniscus; een halve maanvormige schijf gewrichtkraakbeen met als belangrijkste functie de schokdemping en de begeleiding van de beweging in het kniegewricht. |
|
 |
|
 |
 |
|
 |
| |
Hand
De hand is een typisch grijporgaan, waarbij de duim nog een extra dimensie aan de bewegingsmogelijkheden geeft; de duim wordt namelijk door acht spieren bewogen. De bewegingen van de hand en vingers worden door niet minder dan 33 gewrichten mogelijk gemaakt. |
|
 |
|
 |
 |
|
 |
| |
Schouder
Het schoudergewricht is samengesteld uit verschillende botten, waaronder het sleutelbeen, opperarmbeen en schouderblad. Een stevig stel spieren geeft het schoudergewricht stevigheid en stabiliteit. Een gewrichtskapsel zorgt voor bescherming en tussen de gewrichten zit kraakbeen. |
|
 |
|
 |
|
|